De geschiedenis van de industiële (zaden) oliën

De geschiedenis van de industiële (zaden) oliën

oktober 2, 2020 1 Door Veerle

In De meest gebruikte oliën in de keukens van huishoudens en restaurants zijn zonnebloem- en sojaolie. Deze hebben natuurlijk vet zoals rundvet, reuzel, boter, kokosolie en palmolie vervangen. Hoe deze oliën een weg vonden naar onze keuken kun je nu lezen. De geschiedenis die ik hier vertel heeft zijn oorsprong in de Verenigde Staten. Waar ook onze voedingsrichtlijnen vandaan komen, en waar we vandaag de dag nog steeds sterk door beïnvloed worden.

Het oorspronkelijke gebruik van zadenolie

De oliën die we nu gebruiken werden van origine niet gebruikt om in te bakken, braden of om over de salade heen te gooien. Nee, men gebruikte het om industriële machines te smeren. In 1820 tot 1860 gebruikte ze hier walvisolie voor. Dit veranderde toen de walvissen met uitsterven werden bedreigd. We schakelden over op katoenzaadolie, een nevenproduct van katoen. Katoen was een gigantisch gewas en ze wisten niet wat ze aan moesten met de overgebleven olie. Dus besloten ze om de industriële machines vanaf nu te gaan smeren met katoenolie i.p.v. walvisolie.Crisco

Crisco

Begin 1900 (zo rond 1910) stabiliseerde de zeep- en talgmakers Practor en Gamble voor het eerst katoenzaadolie. Hierdoor konden ze er zeep van te maken. Doordat het zoveel op rundvet leek besloten ze dit ook te verkopen als consumptiemiddel. In 1911 doopte ze dit om tot Crisco. Hiermee was het ook meteen de eerste introductie van zadenolie op de voedselmarkt. Practor en Gamble waren slimme marketeers en beweerden dat het bereiden van Crisco veel schoner was dan dat van dierlijk vet. Daarnaast werd het voorgespiegeld als een grote vooruitgang, bovendien was het iets nieuws en dus beter. Het was een groot succes en in alle kookboeken vervingen ze het dierlijke vet door Crisco.

Margarine

Rond dezelfde tijd kwam ook margarine op. Heel vroegen maakte ze margarine van rundvet en kokosolie, maar in 1958 was dit verleden tijd. Het werd tegen die tijd gemaakt van meervoudig onverzadigde vet. Zadenolie was toen het op de markt kwam ook meteen een stuk goedkoper, dus veel betaalbaarder voor mensen met een kleine portemonnee. Margarine werd pas echt geaccepteerd in de tweede wereldoorlog toen zelfs rijke vrouwen vanwege geldgebrek margarine op hun elegante tafel mochten zetten. Crisco en margarine zijn de twee voorgangers van alle zadenoliën die daarna onze voedselmarkt overspoelden.

Stabiliseren van industriële oliën

Moluculair saturated fat and unsaturated fatHet probleem met zadenoliën is dat het niet stabiel is. De moluculen van verzadigd vet zijn plat en kunnen bovenop elkaar liggen, er zit geen ruimte tussen, daardoor zijn ze vast qua structuur. Onverzadigde vetten kunnen dat niet, vandaar dat ze vloeibaar blijven. Om deze olie voor menselijke consumptie te kunnen verkopen moeten ze de moleculen recht maken. Dit proces heet hydrogenering en is zeer complex. Ze maken hierbij gebruiken van metaalkatalysator en hexaan (oplosmiddel). Als je de complexen ziet waar ze deze olie maken, lijkt het meer op een olieraffinaderij dan op een plek waar eten gemaakt wordt. Wanneer de zaden geperst worden komt er een ranzige grijze vloeistof uit. Deze moet daarna nog smakelijk gemaakt zien te worden. De olie moet o.a. ontgeurd worden om ongewenste geur en smaak te verwijderen. Er zijn dus vele stappen die doorlopen moeten worden voordat het op de winkelplank terecht komt.

Oxidatie

In de jaren 40 van de vorige eeuw kwam vloeibare olie in de supermarkt terecht. Dit kwam zoals gezegd doordat ze erachter waren gekomen hoe ze de olie net genoeg konden stabiliseren om het in een fles te kunnen verkopen. Olie is namelijk een ranzig product dat snel oxideert. Ze zijn niet stabiel genoeg om lang houdbaar te blijven, en hebben daardoor dus totaal geen levensduur. Oxidatie in zadenolie kan in een aantal dagen al oplopen, en de zadenolie in je kast is vaak maanden oud. Bovendien zijn zadenoliën al geoxideerd, ook als ze nog niet verhit zijn.

Verzadigde vetten: De Zondebok

De American Heart Association begon aan te bevelen om verzadigde vetten te vervangen voor zadenolie. Dit hielp enorm mee aan de populariteit van deze oliën. Dit alles was gebaseerd op een hypothese (let op: hypotheses zijn theorieën en hoeven niet gestaafd te zijn met wetenschappelijk bewijs) van Ancle Keys. Hij beweerde dat verzadigde vetten en cholesterol hartziektes veroorzaken. Deze hypothese is tot vandaag de dag niet bewezen. Rond diezelfde tijd kreeg president Eisenhouwer een hartaanval. Dat wakkerde de angst in Amerika nog meer aan. Ze schoven de schuld op boter, ossenwit, reuzel etc. Men negeerde het feit dat de consumptie van verzadigde vetten juist was afgenomen. Moet je raden wat er wel aan het toenemen was? Juist, onverzadigde vetten zoals zadenolie.

 

De lancering van de American Heart Association (AHA)

Tot aan 1920 was hart- en vaatziekte heel zeldzaam, cardiologie was een kleine specialisatie waar niet veel mensen voor kozen. Hierdoor had de AHA ook haast geen geld, dat wil zeggen tot 1948. Dit is het moment waarop Procter & Gamble (de fabrikanten van Crisco) hen in één klap op de kaart zetten. Dit gebeurde via een radiowedstrijd die Procter & Gamble sponsorden (voor ongeveer 17 miljoen dollar). Zij wezen het prijzengeld aan de AHA toe, die het toen financieel moeilijk had. Van de een op de andere dag waren ze in één klap een enorme non-profit organisatie.

Diepe banden

Tot op de dag van vandaag zijn ze de grootste non-profit organisatie in Amerika. Door de steun van de AHA kon o.a. Crisco zichzelf als een healthfood promoten. Als iets wat je kon eten om een hartaanval te voorkomen. De American Heart Association heeft dus diepe banden met de zadenolie industrie. Recent heeft Bayer, de eigenaar van LibertyLink soybeans een donatie aan de AHA toegezegd van 500.000 dollar. Misschien wel om hen te motiveren om sojaboonolie te blijven aanbevelen. Dit is namelijk nog steeds het dominantste ingrediënt in de zadenolie die Amerikanen consumeren.

Sposoren AHA

Gehydrogeneerde olie

De zadenoliën zijn als voedselgroep meer gerezen dan welke voedselgroep dan ook. Vooral de Sojaolie domineerde de markt. De AHA en de USDA Dietary Guidelines ondersteunen het om je verzadigde vetten te vervangen voor onverzadigde oliën. Gehydrogeneerde olie is de ruggengraat van de voedselindustrie. In de jaren 80 gebruikte voedselfabrikanten de plantaardige natuurlijke alternatieven, zoals palmolie en kokosolie in hun producten. Deze zijn stabieler en van nature solide, en hoeven niet gehydrogeneerd te worden.

Tropische oliën

De American Soybean Association de tropische oliën als een bedreiging. Dus voerden ze van 1986-1989 hier heftig campagne tegen. Met leuzen als “What you don’t know about tropical oils might kill you” probeerde ze de burger van de tropische oliën af te krijgen.  Philip Sokolof Suffert, een miljonair uit Nebraska die net een hartaanval had gehad, geloofde werkelijk dat deze natuurlijke vetten slecht voor je waren. Hij plaatste overal advertenties tegen de tropische oliën. Ook The Center for Science in the Public Interest melde dat ze altijd al tegen verzadigde vetten waren geweest. Daarbij begonnen ze de zadenolie te promoten. Ze zorgde ervoor dat bioscopen al de boter verwijderde. Ook restaurants moesten eraan geloven. Tegen het einde van de Jaren 80 hadden ze het voor elkaar dat al het vet dat werd gebruikt in restaurant, cafetaria’s en fastfood gehydrogeneerde zadenolie was.

Het probleem van gehydrogeneerde olie

Op een dag ontdekte ze dat gedeeltelijk gehydrogeneerde zadenoliën transvetten bevatten. Harvard hoorde hier ook van en raakte erbij betrokken. Hierna besloot de FDA om transvetten te verbieden. Alleen was nu de vraag wat transvetten moest vervangen. De oplossingen hiervoor waren genetisch gemodificeerde sojabonen. Deze produceerden minder vetzuren die ranzigheid lijken te veroorzaken. Verder is er sindsdien veel meer zonnebloemolie gebruikt. Daar dit van nature iets stabieler is. En dan hebben ze nog verrijkte oliën gemaakt, waarbij ze op moleculair niveau eraan sleutelen.

HaverwaterMeisje expirimenteren

In de meest gekke producten stoppen ze tegenwoordig olie. Dat is waar we ook in Nederland zijn aanbeland. Tegenwoordig voegen ze in schrikbarend veel bewerkte producten olie toe. Zelfs havermelk moet eraan geloven. Eigenlijk hoort het haverwater te heten, aangezien ik nog nooit haver heb gezien met uiers, maar goed. Nadat ik hoorde dat daar dus ook bij sommige merken olie aan toegevoegd wordt denk ik dat je het inmiddels beter haverolie kunt noemen.

Hardnekkig spul

Zadenoliën zijn nooit getest voordat fabrikanten ze op de markt brachten. Nadat ze lange tijd de markt domineerden waren de bedrijven inmiddels zo groot en machtig geworden dat het (bijna) onmogelijk is om ervan af te komen. Er wordt geen aandacht besteed aan zadenoliën en hoe schadelijk ze voor je gezondheid zijn. Sterker nog ze worden nog steeds gepromoot als iets wat goed voor je hart is. Dit moet net als met vezels en fruitsuikers in twijfel worden getrokken wanneer er uit onderzoek het tegenover gestelde aangetoond wordt. Aangezien de geschiedenis van de zadenolie zo uitgebreid is heb ik besloten om mijn blogpost in twee stukken te verdelen. Volgende week zal ik dieper ingaan op hoe zadenoliën je gezondheid verwoesten.

Bronnen
Nina Teicholz
Nutrition Coalition
Real Food Houston
Weston A Price